Zorginstituut Nederland

Portaal voor iStandaarden in de
Zorg en Ondersteuning

Toon Boonman: beleidsmedewerker bij Dichterbij

Bij welk bedrijf ben je werkzaam en wat is jouw functie?

Dichterbij is een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking in Limburg en Brabant. Wij bieden ondersteuning aan cliënten met een Wlz-indicatie op basis van de grondslag verstandelijke beperking. Via onze dochterorganisatie STEVIG bieden we daarnaast klinische behandeling en forensische zorg.

Als beleidsmedewerker bij de zorgadministratie vertaal ik o.a. wat vanuit de Wet langdurige zorg extern op ons afkomt – van intake tot declaratie – naar intern beleid. Dat viel in de afgelopen maanden niet mee. Corona had een grote weerslag op cliënten en medewerkers. Bij Dichterbij hebben we dat heel mooi gezamenlijk opgepakt. We merken echt dat we er sámen voor staan.

Welke uitdagingen met betrekking tot de informatie uitwisseling zie je nu bij Dichterbij?

Het stroomlijnen van de informatieprocessen en het matchen van vraag en aanbod vormen de grootste uitdagingen. Cliënten kloppen bij ons aan met een bepaalde ondersteuningsvraag en wij beoordelen vervolgens wat er nodig is. Daarover willen we allereerst transparant zijn naar de cliënt. Samen met het zorgkantoor gaan we dan op zoek naar een invulling die binnen de geldende spelregels past en zo goed mogelijk aansluit bij de wens van de cliënt.

We zijn voortdurend bezig met die samenhang: wat is de wens van de cliënt, wat heeft deze nodig en hoe kunnen we dat op een goede manier doen?

In de afgelopen Corona-periode was het bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat cliënten naar de reguliere dagbesteding konden. Met inzet van wat extra middelen en door afspraken te maken met cliënten en hun verwanten vonden we manieren om cliënten zo veel mogelijk op te vangen.

Binnen de wettelijke beperkingen die er nu eenmaal zijn, is het hoogst haalbare dat de cliënt zo veel mogelijk regie heeft op zijn zorgproces.

Zou het netwerkmodel daarin kunnen ondersteunen?

Ook in het netwerkmodel moeten we heel actief proberen de cliënt – of zijn verwanten – te betrekken bij het ondersteuningsproces: welke gegevens kunnen we beschikbaar stellen, wat wíllen we beschikbaar stellen, welke vragen hebben het CIZ, de zorgkantoren en wij als zorgaanbieder?

Ik hoop dat het netwerkmodel de cliënt de mogelijkheid biedt meer regie te voeren op het uitwisselen van zijn eigen informatie. Er gaat zo veel informatie óver cliënten over en weer door de ether.

Je bent nauw betrokken bij de EFI-bijeenkomsten. Hoe ervaar jij deze?

Mijn ervaring is dat het met alle partners op een heel prettige manier verloopt. Ik vond de bijeenkomsten op locatie zeer prettig, niet te formeel, terwijl we wel vorderingen maken. Het gaat om complexe materie. De online bijeenkomsten zijn wellicht effectiever en maken het mogelijk sneller stappen te maken. Als man van de praktijk zou ik het liefst nog veel sneller vorderingen willen, maar in dezen is dat eenvoudig niet mogelijk.

Het aantal zorgaanbieders onder de deelnemers is klein, ten opzichte van de zorgkantoren en de softwareleveranciers. Het zou mooi zijn als we de praktijk meer naar voren konden brengen en de cliënt centraler konden stellen. Ik heb er bij de Expertgroep Toegang van de VGN voor gepleit dat meer zorgaanbieders een stem pakken bij de EFI-bijeenkomsten.

Welke verwachte meerwaarde heeft het netwerkmodel op jouw organisatie?

Met de komst van het netwerkmodel krijgt de cliënt sneller inzicht in zijn informatie en is hij niet langer compleet afhankelijk van anderen. Hij kan bijvoorbeeld direct zien wat de wachtstatus is voor opname bij een aanbieder of wat de eigen bijdrage CAK wordt.

De cliënt hoeft niet meer te wachten op anderen, maar kan feitelijk meteen naar een zorgaanbieder van voorkeur.

Ik hoop dat het netwerkmodel in de toekomst meer verbindingen maakt tussen het administratieve proces en de zorginhoud. Het liefst zou ik zien dat het administratieve proces de professionals ondersteunt en cliënt en medewerker helpt, zodat wachttijden verkorten en administratieve lasten dalen. Meer vertrouwen in professionals, minder controle.

Zie je ook voordelen voor de cliënt en diens naasten? Zo ja, welke?

Cliënten met een verstandelijke beperking zien voordat ze zich aanmelden bij een zorgaanbieder veel verschillende professionals : de huisarts, onafhankelijke cliëntondersteuning, het zorgkantoor en CIZ. Het is jammer en soms zelfs belastend of pijnlijk dat ouders of verwanten hun verhaal steeds opnieuw moeten vertellen. Ik hoop dat het netwerkmodel, dat uitgaat van één informatiebron, de cliënt of verwant helpt die info beschikbaar te stellen waarnaar elke partij of professional vraagt. Zo houdt de cliënt regie op de informatieverstrekking.

Welke adviezen zou jij collega-aanbieders willen geven die (nog) niet bekend zijn met het netwerkmodel?

Dankzij mijn betrokkenheid bij de EFI heb ik meer inzicht gekregen in heel complexe materie: hoe zorgprocessen lopen. Deze processen kunnen naar mijn idee eenvoudiger, als we de cliënt meer centraal stellen, in plaats van het proces. Het netwerkmodel biedt heel veel kansen om de cliënt centraal te stellen enerzijds en de administratieve lasten te verminderen anderzijds.

Ik heb collega’s binnen de koepel van het VGN dan ook gevraagd aan te sluiten.

primary@149.210.155.96